| |
| |
INHOUD |
| |
(Als u op een blauw, onderstreept item klikt, wordt u meteen naar dit onderwerp doorgestuurd.) |
| |
|
| |
|
|
1. Uniform 2. Houding 3. Afwezigheid 4. Schoolverandering 5. Speelplaats 6. Gym en zwemmen 7. Orde- en tuchtmaatregelen |
8. Peilproeven, rapporten en evaluatie 9. Getuigschriften basisonderwijs 10. Onderwijs aan huis 11. Ongevallen en schoolverzekering 12. Rekeningen 13. Vakken en leeruitstappen 14. Materiaal |
| |
|
| |
1. Uniform |
| |
Voor de leerlingen van de lagere school is het dragen van een uniform verplicht. De directeur bepaalt: |
| |
- - - |
de periode voor het dragen van het zomer- of winteruniform. of een bepaald kledingstuk voldoet aan de opgelegde normen (model, kleur, …). of een schooltas voldoende stevig is om de boeken, die eigendom zijn van de school, zorgvuldig op te kunnen bergen. |
| |
|
| |
Tijdens de lente- en zomerperiode omvat ons uniform het volgende: |
| |
- - - - -
- - |
voor de jongens een korte grijze flanellen broek (knielengte) voor de meisjes een grijze plooirok op knielengte (flanel of zomerstof) een effen lichtblauw hemd met korte of lange mouwen en een collegedas een donkerblauwe pull met V-hals, met korte of lange mouwen (zonder fantasie) effen grijze sportkousen voor de jongens en effen grijze sokjes of sportkousen voor de meisjes klassieke zwarte, donkerblauwe of donkerbruine schoenen (geen sandalen) een blauwe blazer met knopen en met collegeschildje op het linkerborstzakje (bij regenweer een donkerblauwe K.W.) |
| |

|
| |
Zó is ons uniform tijdens de herfst- en winterperiode: |
| |
-
-
- |
Hetzelfde als tijdens de lente- en zomerperiode, maar de blazer wordt vervangen door een donkerblauwe (géén zwarte) jas zonder fantasiekleuren en zonder opvallende opschriften of tekeningen. Een lange grijze flanellen broek is toegelaten, zowel voor jongens als meisjes (geen ribfluweel, katoen of jeans). De meisjes mogen onder hun grijze rok ook een grijze kousenbroek dragen. Sjaal, muts en handschoenen zijn donkerblauw. |
| |
|
| |
We vragen om alle kledingstukken van naam of initialen te voorzien, zodat ze bij verlies onmiddellijk aan de eigenaar kunnen worden terugbezorgd. Schildje en collegedas zijn eventueel te bekomen in het college aan de receptie. |
| |
|
| |
Algemeen: |
| |
Wij verwachten steeds een verzorgde haartooi: natuurlijk gekleurde haren zonder gekleurde haarstukken. Haarlinten en speldjes zijn steeds in de uniformkleuren. Het dragen van juwelen en/of een polshorloge gebeurt op eigen verantwoordelijkheid. Het gebruik van GSM en elektronische spelletjes is verboden. Enkel klassieke schooltassen zonder stickers worden toegelaten. Rugzakken worden enkel toegelaten indien de rugwand en de tussenschotten voldoende verstevigd zijn, dit omwille van het behouden van de nodige zorg voor boeken en schriften. Alle kledingstukken moeten voorzien zijn van de naam van de leerling. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
2. Houding |
| |
Wij verwachten van onze leerlingen dat zij zich voornaam gedragen. Dat veronderstelt correct taalgebruik, beleefd gedrag tegenover leerkrachten en andere personeelsleden, vriendelijke verdraagzaamheid en hulpvaardigheid tegenover hun medeleerlingen. Kortom, prettige omgangsvormen gebaseerd op respect tegenover de anderen, zodat het leven op school voor iedereen aangenaam is. De leerlingen spreken de leerkrachten aan met "juffrouw" of "meester". Indien de leerkracht die men wil aanspreken in gesprek is, blijft men op voldoende afstand wachten, tot het zijn of haar beurt is. De handen zijn tijdens een gesprek nooit in de broekzakken. Een leerling die een klaslokaal wil binnengaan, klopt eerst en opent dan de deur. Bij de directeur klopt men aan en wacht men op de toelating om binnen te gaan. Wij vragen een correcte en voorname houding, ook buiten het schoolgebouw. Op straat, op trein, tram of bus, moeten de leerlingen zich ook voornaam gedragen d.w.z.: |
| |
- -
- |
beschaafde taal gebruiken en niet roepen. voorkomend zijn voor iedereen, maar vooral voor oudere mensen en toekomstige moeders. de kortste (veiligste) weg naar huis nemen en onderweg niet blijven spelen. |
| |
Wij vragen ook respect voor de schoolgebouwen, meubelen en het didactisch materiaal. De leerlingen zijn mee verantwoordelijk voor de orde en netheid in de klaslokalen, eetzaal, toiletten en speelplaats. Aan de ontleende leerboeken en aan de boeken van de bibliotheek dienen de leerlingen de nodige zorg te besteden. Bij opzettelijke beschadiging of verlies zal er een vergoeding gevraagd worden. |
| |
|
| |
Houding in de refter: |
| |
Vanaf het belsignaal, dat het begin van de etenstijd aankondigt, wordt er gezwegen. Nadat de rijen op de aangeduide plaatsen gevormd zijn, gaan de kinderen onder begeleiding naar de refter. In de gangen en op de trappen wordt gezwegen en niet geduwd noch gedrongen. Aan de ingang van de eetzaal neemt iedereen zijn benodigdheden en gaat naar de aangeduide plaats. Zelf drank meebrengen is niet toegestaan. Alleen om medische redenen kan hiervan afgeweken worden. Met eten en drank wordt in geen geval gemorst. Niemand werpt eten weg. Bij het verlaten van de refter neemt men afval, borden, glazen of kopjes mee naar de aangeduide verzamelplaatsen. Stoelen worden terug op de voorziene plaatsen aangebracht. Zwijgend en onder begeleiding verlaat men de refters en begeeft men zich naar de speelplaats. |
| |
|
| |
Houding tijdens de middag- en/of avondstudie: |
| |
Er worden middag- en avondstudies georganiseerd, zodat de leerlingen die ernaar toegaan, die tijd kunnen gebruiken voor het maken van werken en/of het leren van lessen. Om dit optimaal te laten verlopen, wordt ook tijdens de studies gezwegen. Enkel aan leerlingen uit de eerste graad kan tijdens de avondstudie een kleurwerkje of ander tijdverdrijf toegestaan worden. Eens de studie begonnen is, mogen de leerlingen het lokaal niet meer verlaten om vergeten zaken op te halen in hun klas. Kinderen mogen tijdens de avondstudie niet afgehaald worden tussen 15.50u. en 16.40u. Wie toch vroeger naar huis wil gaan, moet hiervoor bij het begin van het schooljaar de toelating vragen aan de directeur, met melding van het juiste uur van vertrek. Voor de leerlingen die avondstudie volgen, is er geen verdere bewaking voorzien na 17.00u. De school is niet meer verantwoordelijk voor ongevallen, die zich daarna eventueel zouden voordoen. |
| |
|
| |
Houding in de gangen en in de rij: |
| |
In een klasrij (op de speelplaats en in de gangen) wordt steeds gezwegen. Men neemt dié houding aan die de leerkracht verlangt. Jassen en andere kledingstukken worden bij het betreden van het lokaal aan de voorziene kapstok achtergelaten. De leerlingen laten geen waardevolle voorwerpen, persoonlijke papieren of geld in hun jaszakken steken. Een leerling(e) loopt niet in de gangen. Hij/zij laat de kledij van anderen met rust. Leerlingen die een taak in de klas vervullen buiten de lestijden, moeten in het bezit zijn van een klaspas. |
| |
|
| |
Houding op straat: |
| |
De leerlingen moeten de voorschriften van de wegcode respecteren en opvolgen. Zij gaan rechtstreeks en langs de veiligste weg op het normale traject naar huis of naar school. De verzekering stelt deze eis. We raden de ouders aan deze weg telkens bij het begin van elk schooljaar samen met hun kinderen te volgen. Onze leerlingen dragen de naam van de school duidelijk zichtbaar met zich mee. Wij verwachten dat zij zich dan ook waardig en beleefd opstellen t.o.v. de omgeving. Bij ongepast gedrag mogen leerkrachten leerlingen ook op straat hierover aanspreken. Bij veelvuldige moeilijkheden zal de directeur de ouders uitnodigen voor een gesprek. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
3. Afwezigheid |
| |
De Belgische leerplichtwet bepaalt dat uw kind leerplichtig is vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin het zes jaar wordt. Kleuters die op vijf jaar reeds naar het lager onderwijs overstappen zijn eveneens leerplichtig. Als ouder bent u verantwoordelijk voor het feit dat uw kind aan de leerplicht voldoet. Daarom hebt u gekozen voor inschrijving in een school. Een inschrijving alleen is echter niet voldoende: uw kind moet élke schooldag van het schooljaar daadwerkelijk op school aanwezig zijn, behalve bij gewettigde afwezigheden. Hierna vindt u in welke situaties leerplichtige kinderen gewettigd afwezig kunnen zijn en wat uw verplichtingen terzake zijn. |
| |
|
| |
Uw kind kan enkel gewettigd afwezig zijn in de volgende situaties: |
| |
a) |
ziekte |
| |
|
Is uw kind meer dan drie opeenvolgende schooldagen ziek, dan is steeds een medisch attest vereist. Dit attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheerspecialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist of de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend lab. Als het enkel gaat om een consultatie (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), dan moet die zo veel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden. Wanneer een bepaald chronisch ziektebeeld leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat herhaaldelijk een doktersconsultatie noodzakelijk is (bv. astma, migraine,…) kan na samenspraak tussen school en CLB één medisch attest dat het ziektebeeld bevestigt, volstaan. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders. Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende schooldagen volstaat een briefje van de ouders. Dergelijk briefje kan echter slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is steeds een medisch attest vereist. U verwittigt de school zo vlug mogelijk (bv. telefonisch) en bezorgt ook het attest zo vlug mogelijk. |
| |
|
|
| |
b) |
Van rechtswege gewettigde afwezigheden |
| |
|
1) |
Het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als uw kind, of van een bloed- of aanverwant van uw kind. |
| |
|
2) |
Het bijwonen van een familieraad. |
| |
|
3) |
De oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld wanneer uw kind gehoord wordt in het kader van een echtscheiding of moet verschijnen voor de jeugdrechtbank). |
| |
|
4) |
Het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- of oriëntatiecentrum). |
| |
|
5) |
Onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (staking van het openbaar vervoer, overstroming,...). |
| |
|
6) |
Feestdagen verbonden aan de levensbeschouwing van uw kind. Enkel de door de grondwet erkende godsdiensten komen hiervoor in aanmerking (de anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe en protestantse godsdienst). De anglicaanse, katholieke en protestantse feestdagen vallen in de vakantieperiodes. Voor de islam: het suikerfeest (1 dag) en het offerfeest (1 dag). Voor de joodse godsdienst: het joods nieuwjaar (2 dagen), de grote verzoendag (1 dag), het loofhuttenfeest (4 dagen), het slotfeest (2 laatste dagen), de kleine verzoendag (1 dag), het feest van esther (1 dag), het paasfeest (4 dagen) en het wekenfeest (2 dagen). Voor de orthodoxe godsdienst: paasmaandag, hemelvaart en pinksteren voor de jaren waarin het orthodoxe Pasen niet samenvalt met het katholieke paasfeest. |
| |
|
Voor elke afwezigheid bezorgt u aan de school zo vlug mogelijk een officieel document (b1. t.e.m. b.5) of een door u geschreven verantwoording (b6). |
| |
|
|
| |
c) |
Afwezigheden mits toestemming van de directeur |
| |
|
Enkel mits uitdrukkelijke toestemming van de directeur kan uw kind afwezig zijn in volgende omstandigheden: |
| |
|
1) |
Voor het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als uw kind of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad van uw kind. Het betreft hier niet de dag van de begrafenis (deze is nl. vervat onder b1), maar wel bv. een periode die nodig is om uw kind een emotioneel evenwicht te laten terugvinden (een rouwperiode) of om uw kind toe te laten een begrafenis in het buitenland bij te wonen. |
| |
|
2) |
Bij actieve deelname aan culturele of sportieve manifestaties, indien uw kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen van trainingen komt niet in aanmerking, wel bv. de deelname aan een kampioenschap of competitie. Uw kind kan maximaal 10 halve schooldagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn (hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar). |
| |
|
3) |
Afwezigheden voor persoonlijke redenen (in uitzonderlijke omstandigheden). Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend hebben. Het kan gaan om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet gespreid). |
| |
|
Ook hier moet u steeds zo vlug mogelijk een schrijven ter verantwoording van de afwezigheid aan de school bezorgen. Opgelet: Deze 'afwezigheden mits toestemming van de directeur' zijn geen automatisme, geen recht dat u kan opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze afwezigheid toe te staan. |
| |
|
|
| |
|
Onder geen enkel beding kan toestemming verleend worden om buiten de schoolvakanties op reis te gaan (vroeger vertrek of latere terugkeer). Bij misbruik worden zowel u als de school hiervoor gesanctioneerd en dat willen wij te allen tijde vermijden. |
| |
|
|
| |
d) |
Afwezigheden van trekkende bevolking, in zeer uitzonderlijke omstandigheden |
| |
|
Deze categorie is enkel van toepassing op kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners. Behoort u tot deze categorie, dan verbindt u zich ertoe, door de inschrijving van uw kind in een school, net als de andere ouders, dat uw kind elke schooldag op school aanwezig is (behalve de gewettigde afwezigheden uit punt a) t.e.m. c). Niettemin kunnen er zich in echt uitzonderlijke omstandigheden situaties voordoen waarbij het haast onvermijdelijk is dat uw kind tijdelijk met u meereist. U moet deze situatie op voorhand goed met de school bespreken. U moet met de school duidelijke afspraken maken over hoe uw kind in die periode met behulp van de school verder onderwijstaken zal vervullen en hoe u met de school in contact zal blijven. Deze afspraken moeten in een overeenkomst tussen uzelf en de school neergeschreven worden. Enkel als u uw engagementen ter zake naleeft, is uw kind gewettigd afwezig. Behoort u tot de trekkende bevolking, maar verblijft u ter plaatse (bv. op een woonwagenpark), dan moeten uw kinderen uiteraard elke dag op school aanwezig zijn. |
| |
|
| |
Aangezien de organisatie van het schooljaar door de overheid wettelijk bepaald is en de schooldirectie daarop geen afwijking kan toestaan, is het onder geen enkele omstandigheid toegelaten om vroeger dan de vastgestelde vakanties uw kind van school weg te houden of het later te laten terugkeren. Ouders die dit toch doen, overtreden de leerplichtwet en kunnen hiervoor gesanctioneerd worden. Bij niet-gewettigde afwezigheden wordt de gemeenschapsinspectie verwittigd. Een leerling, ingeschreven voor de middag- of avondstudie, die daar om een bepaalde reden niet aanwezig kan zijn, brengt vooraf een briefje van zijn ouders mee of wordt afgehaald door de ouders. Bij ziekte of lichamelijk ongemak kan een leerling in de klas blijven, indien hij een schriftelijke aanvraag van de ouders kan voorleggen. |
| |
|
| |
Aangifte besmettelijke ziekten |
| |
De ouders zijn verplicht de school of het CLB te verwittigen als in het gezin één van de besmettelijke ziekten uit de onderstaande lijst uitbreekt. Zo kan de schoolarts in alle discretie, onmiddellijk maatregelen nemen ter bescherming van de leerlingen. |
| |
|
1) 2)
3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) |
difterie (kroep) buiktyfus (bacillaire dysenterie) - paratyfus (andere salmonellosen) hepatitis A + B (geelzucht) meningitis(hersenvliesontsteking) scarlatina (roodvonk) besmettelijke longtuberculose pertussis (kinkhoest) poliomyelitis (kinderverlamming) morbilli (mazelen) rubella (rode hond) bof (dikoor) impetigo (besmettelijke huiduitslag) scabies (schurft) pediculosis (luizen) HIV(aids) |
| |
Ook indien u merkt dat uw kind geplaagd wordt door luizen, bent u verplicht de school hiervan op de hoogte te brengen. Luizen vormen een “netelig” probleem voor u en uw kind. Het ministerie van volksgezondheid erkent het probleem van luizen als besmettelijke ziekte. Wanneer uw kind behandeld werd tegen luizen, kan het terug deelnemen aan de schoolactiviteiten. Bij melding van luizen, brengt de school het CLB op de hoogte en zal ze de andere ouders via een schrijven vragen de nodige actie te ondernemen bij hun kind. Indien er sprake is van een epidemie kan het CLB ter plaatse komen om onderzoek uit te voeren. (Er is pas sprake van een epidemie indien er veelvuldige meldingen zijn binnen een bepaalde omgeving.) |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
4. Schoolverandering |
| |
Elke schoolverandering, ook in de maand september, moet schriftelijk worden meegedeeld door de ouders aan het schoolbestuur van de vorige school. Het formulier hiervoor is beschikbaar bij de directeur van de lagere school. Deze aanvraag wordt best aangetekend verzonden. De directeur kan u alle bijkomende informatie verstrekken. Bij een schoolverandering naar het buitengewoon basisonderwijs is een inschrijvingsverslag vereist dat bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording, opgesteld door het CLB. Een leerling(e) kan alleen het buitengewoon onderwijs volgen van het type waarnaar hij/zij is georiënteerd. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
5. Speelplaats |
| |
Zonder toelating van een leerkracht die belast is met het toezicht, verlaat niemand de speelplaats. Op onze speelplaats wordt er vooral gespeeld met leeftijdsgenoten. Vechten, ruw spel en trekken aan kledij horen er helemaal niet thuis. De ruimte waar de toiletten zich bevinden is geen speelplaats. Tijdens de speeltijden in de voor- of namiddag kan iets gegeten of gedronken worden. Snoep, suikergoed, chips en kauwgom zijn niet toegelaten. Ook drank in glazen flesjes (of blikjes) brengen we niet mee naar school. Gelieve daarmee rekening te houden bij het mogelijk aanbieden van versnaperingen bij verjaardagen. Wij houden van een reine speelplaats dus worden afval en papiertjes in de voorziene bakken geworpen (afval sorteren). Brikjes worden plat geduwd en in de daartoe bestemde afvalbakjes gedeponeerd. Voedsel wordt nooit weggeworpen: wat teveel meegegeven werd, gaat terug mee naar huis. Spelen met lichte ballen is toegelaten. Naargelang de omstandigheden kan de leerkracht die bewaking doet op de speelplaats, het balspel verbieden (bv. bij regenweer of grote drukte). Voetballen en trappen tegen ballen zijn alleen toegelaten: |
| |
|
- - - - - |
tijdens de ochtendspeeltijd tot kwart over 8 tijdens de speeltijden voor en na de avondstudie op de speelplaats van het secundair onderwijs tijdens de speeltijden voor 1 en 2 tijdens de namiddagspeeltijd voor 3 en 4 |
| |
Tennisballen of kleine harde plastieken balletjes zijn verboden. Een belsignaal zal bij hevige regen de kinderen verplichten om onder het afdak te spelen. Daar wordt dan, omwille van de drukte, niet gelopen. Bij eventuele sneeuwval worden geen sneeuwballen gemaakt. Dus kan er ook niet mee geworpen worden. Leerlingen die zich gekwetst hebben, wenden zich tot een leerkracht die op de speelplaats toezicht heeft. |
| |
Bij het eerste belsignaal stopt elke vorm van spel en gaat men zo snel mogelijk naar de rij. Bij het tweede belteken staan de rijen ordelijk opgesteld en wordt er gezwegen. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
6. Gym en zwemmen |
| |
In het gymhemdje, -broekje en -schoenen (zonder veters) moet de volledige naam van het kind aangebracht zijn. Het gymzakje is aan de buitenzijde (goed zichtbaar) genaamtekend. Er worden geen plastieken zakken gebruikt om het gymgerei in weg te bergen. Het gymmateriaal (matten, banken, enz.) wordt met zorg behandeld. Leerlingen van het eerste leerjaar hebben geen gymuniform. Zij dragen enkel gymschoenen. Wie niet deelneemt aan de gym- of zwemles brengt een doktersattest of een bewijs van de ouders mee. Dit attest wordt aan de gymleerkracht bezorgd. Wie geen doktersattest kan voorleggen voor het niet deelnemen aan de zwemles zal in zijn gymuniform de les volgen op de bank aan de rand van het zwembad. De leerlingen kleden zich voor en na de gym- of zwemles steeds zwijgend om. Tijdens de autobusrit naar en van het zwembad wordt nooit geroepen of gezongen. Iedereen blijft op zijn plaats zitten. In het zwembad is lopen niet toegelaten. Iemand in het water gooien of kopje-onder duwen is verboden. Enkel gewone zwembroeken worden toegestaan, dus geen broeken tot aan of tot juist boven de knie. Meisjes zwemmen in een eendelig zwempak. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
7. Orde- en tuchtmaatregelen |
| |
Het orde- en tuchtreglement is een middel om de goede gang van zaken in onze opvoedingsgemeenschap te vrijwaren.
Wanneer een leerling(e) de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan er een ordemaatregel worden genomen (en/of kunnen er meer bindende gedragsregels worden vastgelegd in een geschreven begeleidingsplan). Mogelijke ordemaatregelen zijn: |
| |
|
- - - |
een verwittiging strafwerk doorverwijzen naar het schoolhoofd |
| |
Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door elk personeelslid van de school in samenspraak met de directie.
Wanneer het gedrag van de leerling(e) werkelijk een probleem betekent voor het verstrekken van het onderwijs, en/of het opvoedingsproject van de school in het gedrang brengt, kan er een tuchtmaatregel genomen worden. Mogelijke tuchtmaatregelen zijn: |
| |
|
-
-
- |
een schorsing: dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling(e) gedurende een bepaalde periode de lessen en activiteiten van zijn/haar leerlingengroep niet mag volgen, maar betekent niet dat de betrokkene niet op school moet zijn. een uitsluiting uit de school: dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling(e) definitief uit de school verwijderd wordt op het moment dat deze leerling(e) in een andere school is ingeschreven, uiterlijk een maand, vakantieperiode niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de uitsluiting. In afwachting daarvan bevindt betrokken leerling(e) zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling(e). een uitsluiting voor een extra-murosactiviteit: dit houdt in dat een leerling niet mag deelnemen aan een bepaalde activiteit omdat zijn gedrag de fysieke of emotionele veiligheid van de anderen in het gedrang kan brengen. |
| |
|
| |
Bij het nemen van een beslissing tot schorsing van meer dan één dag of een beslissing tot uitsluiting wordt de volgende procedure gevolgd: |
| |
|
- -
- - - |
De directeur wint het advies in van de klassenraad. De leerling(e) wordt, in aanwezigheid van de ouders en eventueel bijgestaan door een raadsman, voorafgaandelijk gehoord over de vastgestelde feiten. Voormelde personen worden hiertoe vijf werkdagen vooraf per brief verwittigd. De ouders hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling(e). De genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling(e). |
| |
|
| |
Tegen tuchtmaatregelen is geen beroep mogelijk, behalve tegen de uitsluiting uit de school. Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de beslissing tot uitsluiting, kunnen de ouders schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie. Het beroep schort de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op. De leerling(e) wordt samen met zijn/haar ouders per brief opgeroepen om te verschijnen voor deze beroepscommissie. Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van het beroep komt deze beroepscommissie dan samen. De ouders hebben inzage in het dossier. De beroepscommissie brengt de ouders binnen de vijf werkdagen per aangetekende brief op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing. Deze beslissing is bindend voor alle partijen. Een personeelslid van de school kan niet optreden als vertrouwenspersoon. Buitenstaanders mogen het tuchtdossier niet inzien, behalve mits schriftelijke toestemming van de ouders. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
8. Peilproeven, rapporten en evaluatie |
| |
Elke leerkracht geeft huiswerk van de soort en in de hoeveelheid die het best past bij de ontwikkeling van de kinderen van zijn/haar klas. De schoolagenda wordt dagelijks ingevuld en ten minste eenmaal per week door de ouder(s) en door de leerkracht ondertekend. Ongeveer elke zes lesweken wordt een rapport meegegeven met de leerlingen. We verwachten dat de ouder(s) dit zo spoedig mogelijk ondertekend via de leerling(e) terugbezorgen. De leerlingen krijgen acht rapporten, waarop de resultaten van de peilproeven, lesoverhoringen en houdingen genoteerd staan. Op de rapporten van de maanden januari en juni staat tevens het overzicht van het voorbije halve schooljaar. Men kan het rapport met de leerkracht bespreken tijdens een individueel oudercontact.De klasleerkracht beslist of de gemaakte peilproeven al dan niet worden meegegeven. De ouders kunnen de peilproeven altijd inzien, na afspraak met de leerkracht. Enkel in de vijfde en zesde leerjaren worden de peilproeven aangekondigd. In het zesde leerjaar kennen we drie grote toetsenperiodes: vóór de kerstvakantie, vóór de paasvakantie (nader te bepalen a.h.v. de sneeuwklasperiode) en op het einde van het schooljaar. Tijdens de maand september organiseert elke klasleraar een informatieavond waarop de klaswerking, de afspraken over huiswerken, lessen, de agenda en de rapporten uitvoerig worden toegelicht. Ook worden afspraken gemaakt voor de opvolging door de ouders. De directeur bepaalt in welke leerling-groep (klas) een leerling(e) wordt opgenomen. Aan het einde van het schooljaar beslist de klassenraad of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden in het volgende leerjaar. Dit besluit is bindend. De school bepaalt het niveau van haar verschillende leergroepen. De klastitularis brengt de ouders steeds mondeling op de hoogte van de beslissing. Een schriftelijke neerslag hiervan is terug te vinden op het eindrapport van het schooljaar. Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, maken een afspraak met de directeur. Na dit gesprek kunnen zij zich ook richten tot de interne beroepscommissie. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
9. Getuigschriften basisonderwijs |
| |
Het schoolbestuur kan op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan de regelmatige leerling(e) uit het gewoon lager onderwijs. De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling(e) in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen, heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen. De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling(e). Het is uitzonderlijk dat dergelijke beslissing door de ouders wordt aangevochten. In voorkomend geval wenden de ouders zich binnen de zeven kalenderdagen tot de directeur, die de klassenraad binnen drie werkdagen opnieuw bijeenroept. De betwiste beslissing wordt opnieuw overwogen. De ouders worden schriftelijk verwittigd van het resultaat van deze bijeenkomst. Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders een aangetekend beroep instellen bij de voorzitter van het schoolbestuur. Iedere leerling(e) die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift krijgt, heeft recht op een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
10. Onderwijs aan huis |
| |
Een leerplichtig kind uit het lager onderwijs heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld: |
| |
|
-
-
- |
De leerling(e) is meer dan 21 opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval en de ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur. Deze aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen. De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km. |
| |
Vanaf de 22ste kalenderdag van afwezigheid kan dit onderwijs aan huis georganiseerd worden. Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw zorgen voor een schriftelijke aanvraag en een medisch attest. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
11. Ongevallen en schoolverzekering |
| |
Hoewel vele maatregelen ter beveiliging van de kinderen worden getroffen, kan er toch een ongeval gebeuren. Wanneer het een ernstig letsel betreft, wordt de leerling(e) door ons of de dienst 100 naar een ziekenhuis gebracht. In dat geval verwittigen wij de ouders zo vlug mogelijk. Als uw kind een schoolongeval heeft gehad, moet u zich tot de directeur van de lagere school of tot het onthaal wenden om de nodige formulieren af te halen. De lichamelijke schade ten gevolge van een ongeval op school, wordt door de schoolverzekering gedekt, na tussenkomst door het ziekenfonds, volgens de polisvoorwaarden die op verzoek te bekomen zijn. Schade aan kledij, verlies of diefstal van persoonlijke materialen zijn niet opgenomen in de schoolverzekering en worden niet vergoed. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
12. Rekeningen |
| |
Bij aanvang van elk trimester worden de abonnementen in rekening gebracht. Wie intekent voor een abonnement doet dit voor een volledig schooljaar. Opzeggen van een abonnement kan schriftelijk per trimester. Vlak voor elke vakantie ontvangt u een rekening waarop de uitstappen die uw kind maakte, en/of de materialen die met uw toestemming aan uw kind werden meegegeven, vermeld staan (vb. turn-uniform). Voor het middagverblijf en de avondstudie kan men een abonnement nemen, volgens de voorwaarden die bij het begin van ieder schooljaar schriftelijk worden meegedeeld. Wijzigingen zijn slechts schriftelijk mogelijk bij het begin van een nieuw trimester. Deze abonnementen betaalt u aan het economaat van de school. Abonnementen worden door de school eenzijdig stopgezet, indien er nog 2 schoolrekeningen onbetaald gebleven zijn. Leerlingen die warm middagmaal genoten, mogen dan uiteraard wel hun lunchpakket meebrengen of mits het kopen van een bonnetje voor warme maaltijd aan het onthaal, warm eten op school. Indien u problemen ondervindt met het betalen van de schoolrekening, kunt u contact opnemen met de directeur. Het is de bedoeling dat er afspraken worden gemaakt over een aangepaste betalingsmodaliteit. Wij verzekeren een discrete behandeling van uw vraag. Om leerlingen zo weinig mogelijk met geld op zak, naar school te laten komen, wordt er zoveel mogelijk met overschrijvingen op de schoolrekening, gewerkt. Voor sommige activiteiten zien wij ons genoodzaakt om toch een contante betaling te vragen. Sportdagen en schoolreizen worden contant betaald. Wie niet betaalt, kan niet deelnemen. Ook klasfoto’s en individuele foto’s worden contant betaald. Het kan zijn dat er nieuwe ééndaagse schooluitstappen worden ingericht of dat nieuwe toneelvoorstellingen of museabezoeken worden georganiseerd tijdens het lopende schooljaar. U wordt hiervan steeds op de hoogte gebracht. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
13. Vakken en leeruitstappen |
| |
Alle leervakken hebben hun belang in vorming en opleiding. De leerlingen volgen ze allemaal, ook godsdienst, gymnastiek en zwemmen. Wie op basis van medische gronden vrijgesteld wordt van actieve deelname aan gym en/of zwemmen, moet daarvoor een medisch attest indienen. Occasionele vrijstelling kan enkel op schriftelijke vraag van de ouders. In elke klas worden geregeld leeruitstappen georganiseerd. De school richt ook activiteiten van meerdere dagen in: boerderijklassen in het tweede leerjaar, zeeklassen in het vierde leerjaar en sneeuwklassen in het zesde leerjaar. Deze uitstappen zijn geïntegreerd in het leerplan. Alle leerlingen zijn verplicht eraan deel te nemen. Daarom wordt de financiële bijdrage zo laag mogelijk gehouden. Er wordt ook ieder jaar voor alle klassen een schoolreis voorzien. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
| |
14. Materiaal |
| |
Om beschadigingen aan het klasmateriaal te voorkomen worden door de leerlingen geen breekmesjes gebruikt. Het gebruik van alcoholstiften is eveneens niet toegelaten. Wie opzettelijk beschadigingen in de school aanbrengt, zal steeds de herstellingskosten moeten vergoeden. Meebrengen van speelgoed en ander materiaal van thuis gebeurt steeds onder eigen verantwoordelijkheid. Bij verlies of beschadiging kan de school nooit aansprakelijk gesteld worden. Het spelen met verzamelobjecten (spelkaarten, briefpapier, …) is voor de leerlingen een geliefkoosde activiteit. Het is echter zo dat hierover vaak ruzies ontstaan. Leren omgaan met winnen en verliezen is een vaardigheid die wij de leerlingen helpen te verwerven. Dit gebeurt in lessen binnen dit thema. Op de speelplaats kan de leerkracht enkel helpen bij het bespreken van een probleem rond deze verzamelobjecten. De school moedigt de leerlingen niet aan om deze spullen mee naar school te brengen, integendeel. De klasleerkracht kan, wanneer hij/zij het nodig acht, deze activiteiten verbieden. Wat de leerlingen krijgen bij het begin van het schooljaar, moeten ze eind juni in goede staat teruggeven (bv. handboeken, rekenmateriaal, …). Beschadigd of verloren materiaal moet betaald worden door de ouders. Schriften, tekeningen en werkbladen mogen de leerlingen wel meenemen bij het einde van het schooljaar. Geld of waardevolle voorwerpen mogen niet in de klas, noch in de gang, de refter, de speelplaats of in de gymzaal achtergelaten worden. |
| |
Terug naar: Inhoud |
| |
|
|
|